Begrenzen van gedrag
Do’s
- Leer je hond aan welk gedrag je van hem wilt zien. Wat voor ons logisch gedrag is, kan voor je hond heel onlogisch zijn en vice versa.
- Vertoont je hond gedrag dat je niet wilt zien, onderbreek het dan en biedt een alternatief. Geef een herkansing indien dat de eerste keer niet werkt en maak het gedrag onmogelijk als dat de tweede keer ook niet werkt.
- Hoe dat werkt? Gebruik een onderbrekingswoord zoals ‘nee’, ‘klaar’ of ‘stop’. Biedt vervolgens een alternatief voor het gedrag aan. Kauwt je hond bijv. aan een tafelpoot, zeg dan bijv. ‘klaar’ en biedt hem bijv. een flostouw aan waarop hij mag kauwen. Gaat hij toch weer naar de tafelpoot om hierop te kauwen, herhaal de voorgaande stap dan nog eens, Gaat hij daarna weer naar de tafelpoot? Zet hem dan bijv. In een bench of puppyren of scherm de tafelpoot af.
Don’ts
- Voorkom verbale en fysieke correcties. Emoties als frustratie en woede vergroten de spanning in de situatie. Dergelijke correcties schaden je band met je hond. Onthoudt dat dit een leermoment is voor je hond en hij moet eerst nog leren welk gedrag je wel van hem wilt.
Randvoorwaarden
- Timing is belangrijk: reageer meteen op het gedrag en laat het niet eerst een tijd doorgaan.
- Wees consequent: reageer elke keer op dezelfde manier, zo worden de regels duidelijk voor je hond.
- Geef het tijd: het duurt even voordat je hond alle regels kent. Bovendien kunnen puberhonden geldende regels nog weleens ter discussie stellen.
Praktijkvoorbeelden
- Opspringen tegen jou/de bank wanneer je op de bank zit
Je hond mag van jou niet op de bank maar hij blijft tegen jou en de bank opspringen. Zeg bijv. klaar en begeleid je hond naar een plek waar hij wel mag zijn op dat moment, zoals zijn mand of zijn bench/puppyren. Herhaal dit indien je hond weer terugkomt en hetzelfde gedrag uitvoert. Komt hij desondanks weer terug en voert hetzelfde gedrag uit? Zet hem dan bijv. in de bench of de puppyren of loop bijv. zelf de kamer uit en sluit de deur achter je.
Let op: Het is logisch dat je hond graag dichtbij je is. Als dat van jou niet mag door op de bank bij je te zitten, creëer dan een plekje waar hij alsnog dichtbij je is, zoals een mand of kleed bij de bank. Mocht je je hond niet op de bank toestaan omdat dat de bank mogelijk beschadigd. Leg dan een kleedje over een gedeelte van de bank waarop hij mag liggen. Je kunt je hond op deze manier ook prima aanleren dat hij alleen op de bank mag wanneer het kleedje erop ligt.
- In je benen happen wanneer je door het huis loopt
Je hond hapt in je benen terwijl je door het huis loopt. Zeg bijv. ‘klaar’ en biedt hem een flostouw aan waarin hij mag bijten. Herhaal dit indien je hond alsnog in je benen gaat bijten. Voert hij desondanks hetzelfde gedrag uit? Zet hem dan bijv. in de bench of de puppyren of loop bijv. zelf de kamer uit en sluit de deur achter je.
Let op: Het is het beste om zoveel mogelijk te voorkomen dat je reageert met je stem (m.u.v.. het onderbrekingswoord) of beweging wanneer je hond je in je been (probeert) te happen. Op deze manier krijgt je hond geen beloning voor zijn gedrag en zal het gedrag snel ‘uitdoven’. Omdat dat echter nog weleens lastig is want puppytandjes zijn scherp, kun je bovenstaande toepassen. Hou er wel rekening mee dat hoe drukker het in huis is, hoe groter de kans is op dergelijk gedrag van je pup. Komen de kinderen thuis van school? Wellicht kun je je hond dan beter even met iets lekkers in de bench/puppyren zetten vlak voor ze thuiskomen. Wanneer de rust na een paar minuten weer is teruggekeerd mag je pup er weer uit en heb je minder kans op dergelijk gedrag.